Naden afwerken zonder overlock: drie methoden
Wie cosplays maakt, zit al snel achter de naaimachine. Vrijwel iedere outfit bevat immers stof die je moet naaien. En wie kledingstukken naait, moet zijn naden afwerken. Geen idee hoe? Wij zetten drie eenvoudige manieren voor je op een rij, die je gewoon met een naaimachine kunt doen.
Als je twee stukken stof aan elkaar naait, krijg je aan de binnenkant een naad met twee losse stukjes stof. Dat randje wil je afwerken, om verschillende redenen.
Geweven stoffen, zoals katoen, denim of linnen, rafelen al snel. Dat had je waarschijnlijk ook al wel door tijdens het naaien: voor je het weet zitten er rafelrandjes aan de stof. Doe je daar niets aan, dan valt de stof op den duur uit elkaar en krijg je gaten in je cosplay. Door de naad af te werken, voorkom je dat het gaat rafelen en blijft je kledingstuk mooi.
Maar je hebt ook gebreide stoffen die niet rafelen. Dat zijn stoffen als tricot, french terry en sweatstof, om er maar een paar te noemen. Moet je die dan ook afwerken? Ja! Als je dat niet doet, gaat de stof omkrullen. Na een paar keer wassen zijn die omgekrulde randjes behoorlijk hard en ruw geworden, wat simpelweg niet lekker zit.
Tekst loopt onder kader door.
Wat is een naad?
Als je stof aan elkaar naait, doe je dat altijd een klein stukje van de rand af. Dat kleine stukje is de zogenaamde ‘naadtoeslag’. Door een klein beetje extra ruimte te geven, voorkom je dat de stof openscheurt.
Maar zit de stof eenmaal aan elkaar, dan heb je dus nog wel een klein beetje stof over aan de binnenkant. Dat is wat je nog wil afwerken.
Hoe groot dat randje is, verschilt. Buitenlandse patronen hebben de naadtoeslag vaak al in het patroon zitten en vermelden ergens hoe groot dat is. Nederlandse patronen stoppen de naadtoeslag vaak niet in het patroon, wat betekent dat je het er zelf aan moet tekenen. Meestal is de naadtoeslag 1,5 cm, zodat je voldoende ruimte hebt om te werken. Iets meer of minder kan eventueel ook.

Eenvoudig afwerken: de zigzagsteek
Naden wil je dus afwerken. Maar hoe doe je dat dan? Veel mensen wijzen naar een overlockmaschine: een machine speciaal gericht op het afwerken van randen. Maar lang niet iedereen heeft zo’n apparaat. En je kunt ook prima zonder uit de voeten. Bijvoorbeeld met de zigzagsteek op je naaimachine.
Veel naaimachines hebben verschillende zigzagsteken. In dit geval wil je de brede zigzagsteek gebruiken. Leg je naad onder de naaimachine en zet het voetje op de gerafelde rand van de naadtoeslag. Naai vervolgens langs de gehele rand van de naad.
Je hebt nu twee opties. Je kunt beide kanten van de naadtoeslag samen afwerken en ze vervolgens naar één kant strijken. Of je werkt beide kanten los af en strijkt de naadtoeslag open. Beide werken prima.

In dit geval gebruiken we nummer 6: de brede zigzagsteek.
Het eindresultaat: een nette rand zonder rafeldraden, die niet verder uit elkaar valt.
Voordeel van deze manier van afwerken is dat het geschikt is voor heel veel verschillende stoffen. Je kunt de zigzagsteek gebruiken op rekbare en niet-rekkende stoffen, op dikke stoffen en op dunne stoffen. En het gaat ook nog relatief rap!
Tekst loopt door onder de afbeelding.

Zet de voet van je naaimachine op de rand van de stof. Naai vervolgens met de zigzagsteek langs de rand van de stof om deze af te werken.
Mooier: Franse naad
Wil je de naad zoveel mogelijk verbergen? Of werk je met doorzichtige stoffen en wil je dat de naad er zo mooi mogelijk uitziet? Dan kun je een Franse naad proberen. En nee, dat is niet heel veel ingewikkelder.
Als je met een Franse naad wil werken, moet je dat echter wel bedenken vóór je je stoffen aan elkaar naait. Waar je normaal gesproken de panelen met de goede kanten (de kant die je uiteindelijk aan de buitenkant hebt) op elkaar naait, wil je dat nu niet doen. In plaats daarvan leg je eerst de verkeerde kanten (de binnenkant) op elkaar en zorg je dat de randen op elkaar liggen.
Naai de stof nu aan elkaar met de goede kanten naar buiten. Daarbij houd je maar de helft van de naadtoeslag aan. Werk je dus met 1,5 cm naadtoeslag, dan wil je de naad nu op zo’n 0,7 cm van de rand stikken. Als je klaar bent, knip je de helft van de overgebleven naadtoeslag af.
Vouw je stof nu open. Vouw hem vervolgens weer dicht, maar nu met de goede kanten op elkaar (dus verkeerde kanten naar buiten). De naad die je net gestikt hebt, zit nu aan de rand van de stof. Strijk deze goed plat met een strijkijzer – dit is essentieel voor een nette naad.
Tekst loopt onder de afbeelding door.

Van links naar rechts: naai de stof aan elkaar op zo’n 0,7 cm van de rand. Knip de naadtoeslag ongeveer door midden. Vouw de stof nu met de goede kanten op elkaar, zodat de naadtoeslag naar binnen zit. Strijk de naad goed plat.
Stik de rand nu nog een keer, nogmaals op zo’n 0,7 cm van de rand af. Let op: de verkeerde kanten liggen nu dus op elkaar. Als je klaar bent, zitten je ruwe randjes verstopt in de naad. Strijk die naar één kant en je bent helemaal klaar. Zo creëer je een supernette naad!
Let op: de Franse naad is vooral geschikt voor dunne stoffen. Bij dikke stoffen ontstaat er snel veel bulk, wat niet prettig is en er niet mooi uitziet.
Tekst loopt onder de afbeelding door.

Van links naar rechts: Je gerafelde rand zit nu verstopt tussen de stof in. Strijk je naad naar één kant voor een mooi, plat resultaat. Aan de buitenkant zie je nu niets meer van je naad!
Zoals in je spijkerbroek: flat felled (kapnaad)
Iedereen met een spijkerbroek heeft de kapnaad wel eens gezien. Deze naad wordt vooral gebruikt voor hele stevige stoffen, zoals denim en canvas. Net als bij de Franse naad zit je gerafelde rand binnenin verwerkt, zodat je deze niet ziet. Maar deze naad zorgt voor nog weer extra stevigheid.
Naai om te beginnen je twee stukken stof aan elkaar met de goede kanten op elkaar. Houd daarbij de aangegeven of gekozen naadtoeslag aan. Vervolgens kies je één kant van de naadtoeslag en knip je deze smaller – tot ongeveer de helft. Let op: de andere kant laat je nu nog met rust.
Vouw nu de bredere kant van de naadtoeslag over de smallere kant heen, zodat de rafelrand binnenin zit. Strijk het goed plat met een strijkijzer. Ook hier is strijken cruciaal voor een mooi resultaat.
Tekst loopt onder de afbeelding door.

Van links naar rechts: Knip één kant van de naadtoeslag wat af. Vouw de bredere rand nu over de smallere rand. Strijk hem plat voor het beste resultaat.
Nu leg je de stof onder de naaimachine. Zet het voetje op de buitenste rand van de overgevouwen naadtoeslag. Stik de rand vast.
Aan de binnenkant zie je nu een nette, platte naad met twee rijen stiksels. Aan de buitenkant zie je slechts één rij stiksels. De rafelrand is volledig verborgen tussen de lagen, wat zorgt voor extra stevigheid.
Tekst loopt onder de afbeelding door.

Van links naar rechts: Naai je omgevouwen stof dicht bij de rand vast. Binnenin zie je nu twee stiksels lopen. Aan de buitenkant maar een.
Aan de slag!
Met deze drie methoden kun je aan de slag zonder overlockmachine. Kies de zigzagsteek voor snelheid en veelzijdigheid, de Franse naad voor doorzichtige stoffen, of de kapnaad voor extra stevigheid. Veel naaisucces met je volgende cosplay!
De foto boven dit artikel komt van Freepik. Alle andere foto’s zijn gemaakt door Masquerade Media.




